Thrillers Leestafel.info

spannende boeken en een beetje fantasy

Tess Gerritsen


Blogtour Tess Gerritsen


Tess Gerritsen schrijft al 30 jaar thrillers. Onlangs is haar nieuwe thriller Ik weet een geheim verschenen. De recensie van Leestafelrecensent Marjo maakt deel uit van een speciale blogtour ter gelegenheid van dit indrukwekkende jubileum. Lees snel verder om van een voorproefje van het boek te kunnen genieten!


Wil jij deze leuke blogtour volgen? Dit zijn de deelnemende websites:


Thrillers-Leestafel.info mag een voorproefje van Ik weet een geheim met jullie delen. Geniet hieronder van het gehele eerste hoofdstuk.

 


Ik weet een geheim 3DTess Gerritsen - Ik weet een geheim
Hoofdstuk 1

Op mijn zevende heb ik geleerd hoe belangrijk het is om bij begrafenissen te huilen. Op de zomerse dag in kwestie was het mijn oudoom Orson die in de kist lag, een man van wie men zich voor- namelijk zijn stinkende sigaren en ongegeneerde winderigheid zou herinneren. Toen hij nog leefde, negeerde hij mij vrijwel altijd, en ik hem, waardoor ik niet bedroefd was om zijn dood. Ik zag ab- soluut niet in waarom ik mee moest naar zijn begrafenis, maar dit waren dingen waar kinderen van zeven niet over mochten beslissen. Zwetend in een geleend zwart jurkje zat ik me stierlijk te vervelen op de harde kerkbank en vroeg me af waarom ik niet thuis had mogen blijven bij papa, die domweg had geweigerd mee te gaan. Papa zei dat het hypocriet van hem zou zijn als hij zou voorgeven te rouwen om een man die hij niet had kunnen luchten of zien. Ik wist niet wat dat woord betekende, hypocriet, maar ik wist wel dat ik net zomin als hij naar de begrafenis wilde. Toch zat ik daar, tus- sen mijn moeder en tante Sylvia, en was ik gedwongen te luisteren naar mensen die een eindeloze stroom nietszeggende loftuitingen uitten over de onopmerkelijke oom Orson. Wat was hij op zijn onafhankelijkheid gesteld! Wat hield hij veel van zijn hobby’s! Wat een hartstochtelijk postzegelverzamelaar!
Niemand zei iets over zijn slechte adem.
Ik zocht afleiding door de mensen in de bank voor ons te bekij- ken. De schouders van tante Donna’s jasje waren bespikkeld met witte roos, en oom Charlie was in slaap gesukkeld, waardoor zijn toupet scheef was komen te zitten en eruitzag als een bruine rat die langs de zijkant van zijn hoofd naar beneden probeerde te kruipen.

Daardoor deed ik iets wat ieder normaal kind van zeven zou doen.
Ik begon onbedaarlijk te giechelen.
De reacties bleven niet uit. Iedereen keek naar me met diep ge- fronste wenkbrauwen. Mijn moeder, die zich dood geneerde, stak vijf scherpe nagels in mijn arm en siste: ‘Wees stil!’
‘Maar het haar van oom Charlie zakt van zijn hoofd, mam! Het is net alsof er een rat in zijn nek wil kruipen!’
Haar nagels drongen nog dieper in mijn vlees. ‘We hebben het er thuis nog wel over, Holly.’
Thuis hadden we het er niet over. Thuis kreeg ik een draai om mijn oren en straf. Zo leerde ik hoe je je tijdens een begrafenis diende te gedragen. Ik leerde dat je moet zwijgen en somber kijken, en dat men soms tranen van je wil zien.
Vier jaar later, toen mijn moeder werd begraven, snotterde ik luidruchtig omdat dat was wat iedereen van me verwachtte.
Vandaag, bij de begrafenis van Sarah Basterash, weet ik niet of men van mij tranen verwacht. Het is meer dan tien jaar geleden sinds ik het meisje dat ik op school kende als Sarah Byrne, voor het laatst heb gezien. We waren geen vriendinnen, dus kan ik niet zeggen dat ik er kapot van ben dat ze dood is. Eerlijk gezegd ben ik alleen uit nieuwsgierigheid naar Newport gekomen om haar begrafenis bij te wonen. Ik wil weten hoe ze is gestorven. Ik móét weten hoe ze is gestorven. Wat een afschuwelijke tragedie, fluistert iedereen in de kerk. Haar man was op zakenreis, Sarah had een paar glaasjes op en was in slaap gevallen met een brandende kaars op haar nachtkastje. De brand was een ongeluk. Dat is tenminste wat iedereen zegt.
Dat is wat ik wil geloven.
De kleine kerk in Newport is tot aan de laatste plaats bezet met de vrienden en vriendinnen die Sarah tijdens haar korte leven had ge- had. Ik heb de meesten van hen nooit ontmoet, net zomin als haar man, Kevin, die onder vrolijker omstandigheden een heel aantrekkelijke man moet zijn, iemand met wie ik zou kunnen flirten, maar die er vandaag gebroken uitziet. Is dat wat verdriet met je doet?

Ik kijk om me heen om te zien wie er allemaal zijn en ontdek in de bank achter me een voormalig klasgenootje, Kathy. Haar gezicht is vlekkerig en haar mascara is uitgelopen. Bijna alle vrouwen en veel van de mannen huilen wanneer een sopraan het beken- de quakernummer ‘Simple Gifts’ zingt, waar iedereen altijd van volschiet. Een ogenblik kijken Kathy en ik elkaar aan, haar ogen gevuld met tranen, de mijne koel en droog. Ik ben zo veranderd sinds we op school zaten, dat het me sterk lijkt dat ze me herkent, maar ze houdt haar blik op me gericht en blijft naar me staren alsof ze een geest ziet.
Ik draai me weer om naar het altaar.
Tegen de tijd dat ‘Simple Gifts’ voorbij is, ben ik erin geslaagd een paar tranen te produceren, net zoals de rest van de aanwezigen. Ik sluit aan bij de lange rij mensen die de overledene de laatste eer willen bewijzen. Als ik bij de gesloten kist ben, bekijk ik de uitvergrote foto van Sarah die op een schildersezel is gezet. Ze was zesentwintig, vier jaar jonger dan ik, en op de foto ziet ze er dauwfris uit, met blozende wangen en een stralende lach. Op de foto is ze het mooie blondje dat ik me herinner van school, waar ik het meisje was naar wie nooit iemand keek, het spook op de achtergrond. Nu ben ik hier, nog helemaal intact, terwijl Sarah, de mooie Sarah, als een hoopje verkoolde beenderen in de kist ligt. Ik weet zeker dat iedereen die naar de foto van ‘Sarah voor de brand’ kijkt, dit denkt.
Ze zien haar stralende gezicht, maar denken aan geschroeid vlees en een geblakerd hoofd.
De rij schuifelt door. Ik condoleer Kevin. Hij mompelt: ‘Dank je dat je bent gekomen.’ Hij heeft geen idee wie ik ben en waar ik Sarah van kende, maar ziet de sporen van mijn tranen op mijn wangen en geeft me dankbaar een hand. Ik heb om zijn dode vrouw gehuild en dat is voldoende om door de ballotage te komen.
Ik glip de kerk uit. Buiten staat een straffe, koude november- wind. Ik loop in snel tempo weg omdat ik niet aangeklampt wil worden door Kathy of andere voormalige klasgenoten. Door de jaren heen is het me gelukt hen allen te mijden.

Of misschien meden zij mij.
Het is pas twee uur. Ik heb van mijn baas bij Booksmart Media de hele dag vrij gekregen, maar misschien ga ik toch maar terug naar kantoor om te zien wat er aan e-mails en telefoontjes is bin-nengekomen. Ik ben publicist voor een tiental schrijvers; het is mijn taak mediaoptredens te regelen, drukproeven uit te sturen, promotiemateriaal te schrijven. Maar voordat ik terugkeer naar Boston, moet ik nog één ding doen.
Ik rij naar Sarahs huis, of wat tot voor kort haar huis was. Wat ervan over is, zijn verkoolde balken en planken en een berg door roet geblakerde bakstenen. Het lage witte hek dat de tuin omsloot, ligt zielig op het gras, geplet en gebroken door de brandweermannen toen zij hun brandslangen en ladders aansleepten. Tegen de tijd dat de brandweer arriveerde, moet het huis al in lichterlaaie hebben gestaan.
Ik stap uit en loop naar de woestenij. De stank van de rook hangt er nog boven. Te midden van de verkoolde restanten zie ik de vage glans van een roestvrijstalen koelkast. Eén blik op deze wijk is vol- doende om te weten dat dit een duur huis moet zijn geweest en ik vraag me af wat voor werk Sarahs man doet, of dat hij uit een rijke familie komt. Een voordeel dat ik nooit heb gehad.
Een windvlaag blaast dode bladeren over mijn schoenen, een knisperend geluid dat me doet denken aan een andere herfstdag, twintig jaar geleden, toen ik tien was en over dode bladeren in het bos liep. Die dag werpt nog steeds een schaduw op mijn leven. Die dag is de reden waarom ik nu hier sta.
Ik kijk naar het tijdelijke gedenkteken dat ter ere van Sarah is opgericht, bestaande uit boeketten die mensen hebben neergelegd, een hele berg reeds verwelkte rozen, lelies en anjers, een eerbetoon aan een jonge vrouw die klaarblijkelijk erg geliefd was. Opeens valt me iets groens op dat niet bij een boeket hoort, maar over de bloemen heen is gelegd, alsof iemand er op het laatste moment aan had gedacht.
Het is een palmblad. Het symbool van de martelaar.

Er glijdt een koude rilling over mijn rug. Ik doe een paar stappen achteruit. Boven het bonzen van mijn hart uit hoor ik het geluid van een naderende auto en als ik omkijk, zie ik een politieauto die afremt en stapvoets langsrijdt. De raampjes zijn dicht en ik kan het gezicht van de agent die erin zit niet zien, maar weet dat hij mij aandachtig bekijkt. Ik draai me om en duik mijn auto in.
Ik wacht tot mijn hartslag bedaart en mijn handen ophouden met beven. Dan kijk ik nog een keer naar het verbrande huis en zie Sarah als zesjarige. Mooie, kleine Sarah Byrne, die voor me in de schoolbus op haar stoel zat te wippen. We waren die middag met ons vijven in de schoolbus.
Nu zijn er nog maar vier van ons over.
‘Vaarwel, Sarah,’ mompel ik. Dan start ik de motor en rij terug naar Boston.

 


   

Tess Gerritsen © Spiley - Petra van Vliet

Ik weet een geheimIk weet een geheim
Tess Gerritsen


Maura Isles is forensisch patholoog. Zij werkt al geruime tijd samen met politie-inspecteur Jane Rizzoli en politie-inspecteur Barry Frost. Hun nieuwe zaak stelt hen voor verrassingen, en vereist nogal wat denk- en speurwerk.


Het verhaal begint met een ik-verteller, de dertigjarige Holly, publicist in Boston, die een begrafenis bijwoont. Ze probeert niet op te vallen: we weten dan al dat er iets speciaals aan de hand is met de overledene. Het betreft een jonge vrouw Sarah Basterah, die naar het lijkt omgekomen is door een ongeluk. Ze zou in slaap gevallen zijn met een brandende sigaret. Als Holly naar het huisadres van Sarah rijdt en het verkoolde huis ziet, stapt ze uit. Het verbaast haar niet dat ze een palmblad ziet liggen, zij weet dat de brand geen ongeluk was.
Zij kent een geheim namelijk.


Er vallen meer slachtoffers. Er moet diep gegraven worden om te ontdekken waarom de slachtoffers aangetroffen worden met uitgestoken ogen, of drie pijlen in de borst, verminkingen die na de dood toegebracht zijn. Isles en Rizzoli onderzoeken de levensloop van de slachtoffers om te ontdekken wat de onderlinge relatie is. Want dat is snel duidelijk: het is het werk van een en dezelfde moordenaar. Ze ontdekken dat ook Sarah Basterah een slachtoffer was.


Het is niet sec een raadsel dat opgelost moet worden, het persoonlijke leven van de dames speelt duidelijk een rol. Bij een van de laatste bezoeken van Maura aan haar terminale moeder zegt deze: ‘Je zal er binnenkort wéér een vinden.’ Maura heeft geen idee wat zij bedoelt en wat haar rol is. Waarom vinden speciaal deze mensen de dood? Wat betekent de modus operandi? Als Maura en Jane dat eenmaal weten, kennen ze vast ook de moordenaar…
Behalve de twee inspecteurs volgen we ook Holly. Wat haar rol is wordt langzaam duidelijk.


Maura Isles en Jane Rizzoli zijn voor de fans van Gerritsen oude bekenden. Voor mij was het de eerste kennismaking. Het is mij goed bevallen, het verhaal leest prettig, en de plot is geloofwaardig. De betrokkenheid van de beide dames bij elkaar in hun persoonlijke leven is duidelijk aanwezig, maar nooit zodanig dat een nieuwe lezer denkt: ik heb wat gemist. De autopsies, het aandeel van Rizzoli, zorgen voor een grote hoeveelheid details, waar de lezer wel tegen moet kunnen. Dat ribben gebroken worden of een schedel wordt doorgezaagd, dat is nu eenmaal niet wat je graag ziet - of leest. Maar die uitvoerigheid is belangrijk, zeker in deze thriller. Het is een spannend verhaal, met een onverwacht wending aan het eind.


Tess Gerritsen (1953) is een Chinees-Amerikaanse auteur van thrillers. In de Verenigde Staten zijn de meeste van haar boeken bestsellers maar ook in Europa heeft zij toenemend succes.


ISBN 9789044348521 | paperback | 320 pagina's | The house of books| september 2017
Vertaald uit het Engels door Els Franci-Ekeler

© Marjo, 15 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Meisje vermistMeisje vermist
Tess Gerritsen


Tess Gerritsen begon haar carrière als schrijfster met het schrijven van romantische detectives. Het schrijven was voor haar een uitlaatklep. Het hielp haar na een zware werkdag - als arts in een ziekenhuis - te ontspannen. De romantiek vormde een tegenwicht voor het vele leed waar ze dagelijks mee werd geconfronteerd. Toch neigde Tess Gerritsen steeds meer naar het thrillergenre. Het boek Meisje vermist ziet ze zelf als een “overbruggingsboek”. Het vormt de brug tussen haar romantische boeken en de Rizolli & Isles-reeks waar ze wereldwijd mee doorbrak. Het is een spannend boek waarin ook de romantiek zegeviert.


Forensisch arts Kat Novak is tevreden met haar leven. Ze houdt van de  regelmaat die haar werk met zich meebrengt en het leven als vrijgezel bevalt haar goed. Ze is een half jaar geleden van haar ex-man Ed, een ballerige officier van justitie, gescheiden en daar heeft ze nog geen moment spijt van gehad. Kat houdt van haar werk hoewel ze het soms moeilijk vindt om de gezichten van de doden te aanschouwen. Het is niet altijd eenvoudig de juiste balans tussen werk en persoonlijke betrokkenheid te vinden.


Er is een Jane Doe binnengebracht, een slachtoffer van wie de identiteit nog niet bekend is. Het is triest dat het slachtoffer door niemand gemist wordt. Tussen de bezittingen van de dode wordt een luciferdoosje met een telefoonnummer aangetroffen. Er staat geen naam bij. Kat belt het nummer waarna ze met een antwoordapparaat wordt verbonden. De man die het welkomstbericht op het apparaat heeft ingesproken vermeldt zijn naam niet, dus Kat tast nog steeds in het duister. Ze laat een bericht achter in de hoop dat de onbekende man haar zo snel mogelijk terugbelt.


Het telefoontje laat gelukkig niet al te lang op zich wachten. Zodra de man hoort waar het over gaat spoedt hij zich naar het gebouw van de forensische dienst. Er gaat iets angstigs en gejaagds van hem uit. Hij weigert op de politie te wachten en wil het lijk zo snel mogelijk zien. Zodra Kat het gezicht van de dode vrouw ontbloot, staart de man seconden lang naar haar gezicht. En dan lijkt zich opluchting van hem meester te maken. Hij kent de vrouw niet.


De man blijkt een plaatselijke bekendheid te zijn. Hij heet Adam Quantrell en is de eigenaar van het farmaceutische bedrijf Cygnus. Kat vindt hem maar arrogant. Ze gaat verder met het onderzoeken van haar Jane Doe. En dan ontdekt ze iets vreemds. Het slachtoffer is aan een overdosis van een onbekende drugs gestorven. Er zijn bovendien meer slachtoffers. Ze lijken allemaal uit de achterstandswijk South Lexington te komen. De wijk in Albion waar Kat is opgegroeid. Is er per ongeluk een gevaarlijke drugs in de omloop gebracht of roeit iemand systematisch junkies uit?


Kat bijt zich in de zaak vast maar ze is de enige. De burgemeester is druk met de festiviteiten rondom het 200-jarige bestaan van Albion. Hij wil niet dat de stad negatief in het nieuws komt. Ook Kats ex-man Ed heeft geen interesse in de vroegtijdige dood van de drugsverslaafden en de plaatselijke politie heeft, naar eigen zeggen, wel wat beters te doen. Niemand is geïnteresseerd in de mensen uit South Lexington. Niemand behalve Kat. En dan krijgt ze hulp uit onverwachte hoek. Adam stelt zich uitermate behulpzaam op maar is de steenrijke farmaceut wel te vertrouwen? Waarom schrok hij zo toen Kat hem  over het gevonden lichaam belde?


Meisje vermist verscheen voor het eerst in 1994. Deze nieuwe versie is aangepast om aan het huidige tijdsbeeld te voldoen. Ik heb gesmuld van dit boek. Het verhaal kent heel wat spannende verhaalwendingen waardoor ik als thrillerlezer ruim voldoende aan mijn trekken kwam. En dan is er nog de romantiek. Er bloeit voorzichtig iets op tussen Adam en Kat. Kat verzet zich hevig tegen haar gevoelens want de steenrijke Adam, die nota bene een butler heeft, past totaal niet bij haar vrijgevochten persoonlijkheid. Toch lijkt ze niet aan Adam te kunnen ontkomen. Er zijn echter kapers op de kust… Tuurlijk, origineel is het liefdesverhaal niet maar het leest wel heerlijk ontspannen weg.


Meisje vermist is een ideale zomerthriller. Het is spannend maar niet gruwelijk en het liefdesverhaal heeft me heerlijk doen zwijmelen. Een fijn boek om mee op vakantie te nemen of tijdens een lange, zonnige zomermiddag in de tuin te lezen.


ISBN 9789044346299 | paperback | 256 pagina's| The House of Books| mei 2015
Vertaald door Els Franci-Ekeler

© Annemarie, 17 juli 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Speel met vuurSpeel met vuur
Tess Gerritsen


Lily, het driejarige dochtertje van Julia Ansdell, is een plaatje om te zien. Haar blonde haren en blauwe ogen geven het meisje een engelachtig uiterlijk en met haar lieflijke gedrag windt ze iedereen om haar piepkleine vingers. Toch heeft Lily zojuist hun achttienjarige kat Juniper met een stuk tuingereedschap vermoord. Julia is verbijsterd maar haar man Rob reageert verbazingwekkend nonchalant. Volgens hem was het een ongeluk. Lily is vast gestruikeld met het scherpe voorwerp in haar handen en per ongeluk op Juniper beland. Julia gelooft er niks van. Er zaten maar liefst drie steekwonden in Junipers oude lijfje.


Julia raadpleegt diverse artsen over het gedrag van Lily. Het meisje lijkt niks te mankeren en Julia krijgt het advies het voorval te vergeten. Ze besluit zich op een nieuw muziekstuk met de naam Incendio te storten. Het is een onbekend werk dat uit een oud muziekboek, dat Julia tijdens een recent verblijf in Rome heeft gekocht, tevoorschijn dwarrelde. Het is een moeilijk stuk en Julia, die violiste is, heeft moeite het onder de knie te krijgen. Tijdens het repeteren eist de muziek haar volledige aandacht op. Gelukkig is Lily een zoet kind en speelt ze rustig terwijl Julia oefent. De tweede keer dat Julia Incendio speelt gaat het echter volledig mis. Een scherpe pijn in haar been doorbreekt haar concentratie. Naast haar kijkt Lily met een kille blik in haar ogen naar haar op. Het schattig ogende meisje heeft zojuist een stuk glas in het been van haar moeder gestoken.

 

In het ziekenhuis probeert Julia begrip voor de situatie te vinden. Tot haar grote verbijstering gaat de aandacht van Rob en de artsen vooral naar haar eigen geestesgesteldheid uit. Julia was alleen met Lily toen de kat gedood werd en de glasscherf in haar been belandde. Klopt het verhaal van Julia wel? Is het waar dat Julia’s moeder aan een geestesziekte leed? Julia voelt zich eenzamer dan ooit. Niemand gelooft haar. Het kind waar ze zo intens naar verlangde is in een klein monster veranderd en haar echtgenoot keert zich van haar af. Julia weet zeker dat ze het bij het juiste eind heeft. Ze heeft het notabene met eigen ogen gezien! Wanneer ze niet veel later bovenaan de trap op een wel heel uitgekiend geplaatst speelgoedautootje stapt en hard ten val komt, is ze de wanhoop nabij. Ineens beseft Julia dat ze het nieuwe muziekstuk speelde toen Lily de kat doodde en ook toen ze de glasscherf in haar been plantte. Heeft Incendio iets kwaadaardigs in gang gezet?


Julia beseft dat haar vermoeden bizar is maar ze kan geen andere verklaring bedenken. Ze besluit uit te zoeken hoe het muziekstuk in het boek is beland en wie het heeft geschreven. Het is haar enige kans. Terwijl Julia de oorsprong van Incendio onderzoekt, is de lezer haar al vooruit gereisd. Naar Venetië. In 1938 was de achttienjarige Lorenzo een talentvol vioolspeler. Zijn grootvader besloot dat hij samen met Julia, de zeventienjarige dochter van zijn goede vriend, aan een concours deel zou nemen. Aanvankelijk zag Lorenzo het niet zitten om met een wildvreemde muziek te moeten maken maar toen hij aan de temperamentvolle Laura werd voorgesteld, viel hij als een blok voor haar. Dat hij Joods was en zij katholiek, deed er niet toe. Helaas dacht niet iedereen er tijdens de Tweede Wereldoorlog zo over…


Komt de bovenstaande boekbeschrijving je soms bekend voor? Het verhaal is een bewerking van het boek Incendio dat in 2014 als geschenk voor de maand van het spannende boek verscheen. Het verhaal van Lorenzo komt in Incendio niet voor en beide verhalen eindigen anders. Incendio heb ik – nog niet – gelezen maar Speel met vuur is een absolute aanrader. Tess Gerritsen hanteert een intieme, indringende schrijfstijl en heeft uiteenlopende onderwerpen tot een aangrijpend geheel samengevoegd. Vooral het verhaal van Lorenzo heeft me geraakt. Zijn verhaal vertegenwoordigt het leed van bijna tweehonderdvijftig Venetiaanse Joden. Wat zij hebben meegemaakt, is hartverscheurend.


Op de kaft van Speel met vuur staat een citaat van schrijver David Baldacci. Hij beweert het volgende over het boek: “Als je eenmaal bent begonnen is het onmogelijk om dit boek weg te leggen.” Meestal vind ik zulke uitspraken op een boekcover vrij gedurfd maar David Baldacci spreekt de waarheid. Ik heb het boek in één ruk uitgelezen.


Ben je tot slot benieuwd naar het muziekstuk zelf? De uiterst muzikale Tess Gerritsen heeft het zelf gecomponeerd. Beluister hier een stukje van deze mooie compositie (helemaal onderaan). Als je durft tenminste…


ISBN 9789044349115 | paperback | 223 pagina's| The House of Books| december 2015
Vertaald door Els Franci-Ekeler

© Annemarie, 19 december 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

height=Sterf twee keer
Tess Gerritsen

Millie baalt van zichzelf. Waarom stelt ze de belangen van haar vriend Richard altijd voorop? Waarom heeft ze haar eigen wensen en haar eigen mening diep weggestopt? Nu zit ze in Botswana, middenin de wildernis. Geen toilet, geen gerieflijke hotelkamer maar wel overal muggen en nog erger… wilde dieren. De afgelopen nacht heeft er zelfs een luipaard rond de tenten van Mille, Richard en de andere avonturiers geslopen. Waar is Millie in hemelsnaam aan begonnen?

In het Amerikaanse Boston krijgt de politie ook met wilde dieren te maken. Opgezette exemplaren weliswaar. De gerenommeerde preparateur Leon Gott is vermoord. Rechercheur Jane Rizzoli bedwingt samen met haar collega Frost een afschuwelijke stank. Het slachtoffer is ondersteboven opgehangen en daarna opengesneden. Patholoog-anatoom Maura Isles ziet meteen dat het lichaam ontweid is. De organen zijn verdwenen. Fanatiek jager Leon Gott heeft dezelfde behandeling gekregen als het door hem en zijn maten geschoten wild heeft ondergaan.

De organen van Gott worden in een prullenbak aangetroffen. Aan Maura de twijfelachtige eer om de stinkende klomp menselijke resten te onderzoeken. Al snel merkt Maura dat er iets niet klopt. Er zijn teveel organen. De overtollige organen zijn bovendien niet van een mens. De intelligente Maura bestudeert de feiten nauwkeurig, pleegt wat telefoontjes en komt al snel met een verklaring op de proppen. De extra set organen behoorde toe aan Kovo, de onlangs overleden sneeuwpanter van Suffolk Zoo. Gott zou het prachtige dier opzetten. De uiterst waardevolle pels van de panter is verdwenen. Heeft de moordenaar het ontvreemd?

Het onderzoek vereist een bezoekje aan de Suffolk Zoo en ook daar is een grote kat reden tot onrust. Reden tot blinde paniek zelfs want een dierenverzorgster wordt tijdens het bezoekje van Jane en Frost door een luipaard gedood. Hoe heeft het ongeluk kunnen gebeuren? Hoe kan het dat de ervaren dierenverzorgster de veiligheidsmaatregelen heeft genegeerd? Vol afgrijzen kijkt Jane naar de grote hoeveelheid bloed in de luipaardkuil. Maura wordt in allerijl opgetrommeld. Ook dit sterfgeval moet nader onderzocht worden.

Terug naar Botswana. Ook daar is inmiddels grote onrust uitgebroken. Terwijl de toeristen in de beschutting van hun tenten lagen te slapen, is één van de twee safarimedewerkers door een wild dier gegrepen. Spoorzoeker Clarence is dood. Er is nauwelijks iets van zijn lichaam over. Her en der liggen botten en plukjes haar verspreid. Volgens gids Johnny Posthumus is Clarence door hyena’s opgegeten. Hyena’s zijn echter aasdieren. Was Clarence soms al dood toen de hyena’s hem te pakken kregen? Johnny besluit de expeditie onmiddellijk te beëindigen maar dan slaat het noodlot opnieuw toe. De landrover wil niet starten en laat zich niet repareren. Over een week zullen de toeristen door een vliegtuig opgepikt worden. Tot die tijd zitten ze in de wildernis vast. De vakantiegangers moeten er maar het beste van zien te maken. De tweede dode laat echter niet lang op zich wachten. Moeten de avonturiers de wilde dieren vrezen of elkaar?

Het verhaal in Botswana speelt zich zes jaar eerder af dan de tragedies in Boston. Wat hebben de twee verhaallijnen naast de wilde dieren nog meer met elkaar gemeen? Tess Gerritsen prikkelt de nieuwsgierigheid van de lezer tot het uiterste. Wie heeft de onsympathieke dierenmoordenaar Leon Gott vermoord? Was het soms een dierenrechtenactivist? En waar is de pels van de sneeuwpanter gebleven? Wie of wat is verantwoordelijk voor de moordpartij in Botswana? Is er ooit nog wat van de toeristen vernomen?

Sterf twee keer is een gloednieuw deel in de populaire Rizzoli & Isles-reeks. Hoofdpersonen zijn – je raadt het al – Jane Rizzoli en Maura Isles, twee eigengereide dames waar niet mee te spotten valt. Jane is getrouwd en moeder terwijl Maura zich als vrijgezel vaak eenzaam voelt. Maura heeft het erg moeilijk met het feit dat haar biologische moeder een moordenares is. Vanuit de gevangenis laat haar moeder haar weten dat ze stervende is. Maura wordt verscheurd door twijfels. Moet ze haar moeder bezoeken nu het nog kan? Wil ze zichzelf wel aan de psychologische spelletjes van een monster blootstellen?

Sinds een aantal jaar zijn Rizzoli en Isles te bewonderen in een gelijknamige televisieserie. De serie is aardig maar niet bijzonder. Laat je daardoor niet misleiden, de boeken over de twee stoere vrouwen zijn steengoed! Tess Gerritsen is naast arts een zeer begenadigd auteur en haar thrillers staan garant voor kwaliteit, spanning, een intelligent uitgedacht plot en heel veel leesplezier. Met Sterf twee keer maakt Tess Gerritsen opnieuw de hooggespannen verwachtingen van haar trouwe lezerspubliek waar.  

ISBN 9789044345544 | paperback | 318 pagina's| The House of Crime | december 2014
Vertaald door Els Franci-Ekeler

© Annemarie, 24 december 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

ZustermoordZustermoord
Tess Gerritsen

 

Als Dr Maura Isles thuiskomt van een conferentieweek in Parijs krioelt het van de agenten bij haar appartementsgebouw. Ze denkt dat er iemand van haar buren iets overkomen is en vindt het vreemd dat iedereen geschokt reageert als ze haar zien. Als ze de doodgeschoten vrouw in de auto voor haar deur ziet merkt ze niet op wat iedereen onmiddellijk gezien heeft: de vermoorde vrouw lijkt als twee druppels water op Maura.


In de dagen erna zijn er heel wat vragen en in eerste instantie weinig antwoorden maar beetje met een keer komt de waarheid naar boven over de vrouw. Ik zeg wel over de vrouw, niet door wie en waarom ze vermoord is want dat is iets dat geheim blijft tot op het einde van het boek.


Het verhaal moet je zelf lezen. Meer doe ik hier niet uit de doeken want na dit gegeven volgt er een heel spannend verhaal waar ik niets over wil verklappen. Verwacht je maar aan een verhaal met gruwelijke feiten, lugubere ontdekkingen… Alles wat je van een goeie thriller verwacht.


Ik kende Rizzoli en Isles van de gelijknamige serie op tv. Ik was me er niet van bewust dat het over verfilmde boeken ging. Ik heb de reeks niet echt gevolgd, zo nu en dan een aflevering gezien en deze kon me wel bekoren.


Het boek boeide me in het begin minder. Na een spectaculaire proloog kwam het te traag op gang, er werd te dikwijls herhaald hoe geschokt iedereen wel was maar plots komt er vaart in het verhaal. Heel gewiekst geeft de schrijfster een beetje bij beetje informatie vrij en houdt het boek daardoor heel boeiend. Pas op het einde kom je erachter dat ze je volledig op het verkeerde been gezet heeft.


ISBN 9789044322965 Paperback 336 pagina's The House of Crime
heruitgave vertaald door Els Braspenning

© Inge, 29 april 2014

Lees der reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Recensies

Boven